Teken wat je ziet en niet wat je weet – les 3 – AtelierHuiswerkBuren

De derde les van Siegfried Woldhek borduurt voort op de tweede les. Hij benadrukt dat je niet te precies alles moet willen tekenen. Hersens worden graag uitgedaagd. Als er nog iets te raden is, dan wordt de kijker daar eerder blij van. En als je niet zo heel erg goed kan schilderen, dan wordt het er niet beter op als je alles perfect probeert te doen. Je kun bijvoorbeeld beter de details van de vingers vermijden, want je tekening wordt er vaak niet mooier van. Erger nog, alle aandacht gaat naar die overdreven uitgewerkte hand – daar besteed je immers relatief veel te veel aandacht aan – en niet naar dat wel goed getroffen gezicht. Niet voor niets hebben de handen van stripfiguren vaak slechts een of twee vingers. Meer is echt niet belangrijk voor het beeld.

De eerste keer schildert Ursula zich zelf als stoere granny.
De eerste keer schildert Ursula zich zelf als stoere granny.
Dat niet iedereen het eens is met de lessen van Siegfried, dat lijkt me vanzelfsprekend. Op google kwam ik nu wel wat commentaren en oefeningen naar aanleiding van de tekenlessen tegen. Rob Smolders is een echte (?) criticus met zijn vernietigende Tekenles om snel te vergeten.

Doe mij de blog van Arien van Doorn maar. Hij/zij was al langer van plan om weer eens te tekenen en geniet van de tips.

Ik ben het natuurlijk helemaal eens met de lessen van Siegfried. Ik leer een vrouw om haar zwarte labrador te schilderen. De licht en donkere vlekken moet ze van mij schilderen en dan komt de hond vanzelf te voorschijn. Ook in de derde les benadrukt Siegfried dat je licht en donker moet schilderen. Dan ontstaat er een levendig beeld.

Laat zien wat je hebt gemaakt en deel dat op Facebook. Ik ben heel benieuwd naar jou pogingen. Wie weet kunnen we iets van elkaar leren.

Onder deze link vind je de volledige les van Siegfried Woldhek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *